koorreis Praag

Een verslag in woord en beeld van onze koorreis naar Praag in april 2014.

Wie in Praag is geweest, heeft vast over de Karelsbrug gewandeld, een bezoek gebracht aan de Praagse Burcht en de Joodse wijk, zich vergaapt aan de prachtige gebouwen en het astronomische uurwerk, gekeken naar de wisseling van de wacht, en een bezoek aan een van de vele prachtige kerken gebracht. Dat hebben wij uiteraard ook gedaan, maar we waren in de eerste plaats in de stad aan de Moldau om mee te werken aan het jubileumconcert van het Praagse koor Prážata Resonance. We vertellen jou graag – en zoals beloofd – waarom en hoe wij van onze eerste koorreis genoten hebben. 

 

Zingen in de bus

Op donderdagochtend 3 april staat de bus om half zeven bij de Arnhemse Rijnhal klaar. Stipt om zeven uur rijdt hij weg, met aan boord ruim dertig koorleden, twee bandleden en Robbert, onze voormalige toetsenist die nog een laatste keer onze band zal versterken. Daniëlle en Margot vliegen naar Praag, net als bassist Nico, die zijn vakantie in Engeland speciaal voor ons onderbreekt. Zij doen maar een paar uur over de reis, maar onze chauffeur vertelt dat we erop moeten rekenen dat wij minstens twaalf uur onderweg zullen zijn. Menigeen moet wel even slikken, maar als we rond zeven uur ’s avonds in de lobby van ons Praagse hotel staan, zijn we het erover eens dat het meeviel. We hebben regelmatig de gelegenheid gehad om de benen te strekken, eindeloos met elkaar gekletst, ontelbaar veel versnaperingen met elkaar gedeeld en … gezongen. Veel gezongen. Eerlijk is eerlijk: loepzuiver was het niet allemaal. Willie, onze drummer, verzuchtte niet voor niets: ‘Er zaten best mooie stukjes tussen.’

Barok en bombarie

Op vrijdagmorgen brengt de bus ons om negen uur naar het centrum van Praag voor een bezoek aan het Strahov klooster, dat vooral beroemd is vanwege de bibliotheek met haar barokke inrichting, eeuwenoude boeken en prachtige plafondschilderingen. Nadat we Fred hebben gebombardeerd tot ‘hoffotograaf’ en ons hebben vergaapt aan de barokke pracht en praal in de bibliotheek, gaan we in kleine groepjes te voet naar het kasteel. Hoewel Tsjechië, sinds het uiteenvallen van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk in 1918, niet meer door een vorst geregeerd wordt, vindt daar nog elk uur de wisseling van de wacht plaats. En dat gebeurt met veel bombarie.

Niet drummen zonder koffertje

Na de lunch gaan we terug naar het hotel, zodat we ons kunnen omkleden. Tegen drieën stappen we opnieuw in de bus. De Sálvatorská-kerk, waar het concert plaatsvindt, ligt in het oude stadsdeel dat niet toegankelijk is voor bussen en daarom worden we aan de oever van de Moldau afgezet. Iedereen ontfermt zich over de spullen die mee moeten naar de kerk en even daarna steken we de Tsjechische brug te voet over met rolkoffertjes vol snoertjes en stekkers, met gitaren, standaards en tassen. ‘De vierde straat links en de eerste rechts,’ luidde de opdracht, maar verschillende groepjes raken al snel de tel kwijt. Uiteindelijk bereikt toch iedereen de kerk – althans dat denken we. Voordat we gaan inzingen, breekt er paniek uit. Er mist een zwarte attachékoffer, waarin allerlei noodzakelijke spullen zitten voor het elektronische drumstel van Willie. Er wordt in alle hoeken en gaten van de kerk gezocht, zelfs door de leden van Prážata Resonance, maar zonder resultaat. Dan valt op dat er nog vier koorleden missen. Ze laten telefonisch weten volkomen verdwaald te zijn, maar ook dat zij het ontbrekende koffertje bij zich hebben. Er gaat een massale zucht van verlichting door de kerk: Willie kan straks drummen!

Tulpen uit Praag

Op het programma staan optredens van het kinderkoor, een dansgroepje, het kamerkoor en verschillende solisten. Dita Hořínková is er daar een van en haar stem betovert ons.
Popkoor Akkoord staat als laatste geprogrammeerd. Als het zover is, gaat Inge op het altaar voor in de kerk staan. Zodra zij het eerste couplet van ‘Hallelujah’ gezongen heeft, zetten wij in, terwijl we langzaam naar haar toe lopen en ons in twee halve cirkels achter haar opstellen. Het applaus daarna overspoelt ons. Op de derde rij zit een geestelijke – te oordelen naar zijn gewaad en het zilveren kruis op zijn borst. Hij klapt net even iets harder dan de rest. Ik vraag me stiekem af of hij net zo enthousiast zal zijn na ons volgende nummer. ‘Het regent zonnestralen’, is immers een lied waar de gemiddelde Tsjech geen chocola van kan maken. Dan blijkt dat soms een melodie en de manier waarop een lied gezongen wordt, belangrijker zijn dan de tekst, want ook na het Nederlandstalige nummer van Acda en De Munnik krijgen we de handen op elkaar. Ook die van de priester.
Na ‘May it be’ (dat me voor de zoveelste keer kippenvel bezorgt), ‘Shackles’ (op volle snelheid) en ‘Somebody to love’ komt het kamerkoor bij ons op het altaar staan. Samen zingen we ‘Dancing Queen’ en een Afrikaans liedje en dan zit het concert erop. We krijgen nog meer applaus en onze invaldirigent Barbara krijgt een welverdiend bosje … tulpen!

Stevig kruidenbittertje

Na afloop worden we door Prážata Resonance op een voortreffelijk buffet getrakteerd. Lange tafels met allerlei hartige en zoete snacks verleiden ons en omdat we vandaag weinig tijd om te eten gehad hebben, kan niemand de verleiding weerstaan. Bier en wijn zijn er ook, en fris. Maar ik laat me overhalen een glaasje Becherovka – een soort kruidenbitter met 38% alcohol – te proberen. ‘It’s nice and very sweet!’ Likeurtje, denk ik, maar als het eerste slokje zich brandend een weg naar mijn maag zoekt, constateer ik dat het dat niet is. Het hakt erin. Na het tweede slokje parkeer ik het glaasje dan ook in een onopvallend hoekje.
De bus wacht, dus nemen we afscheid en hobbelen we met rolkoffertjes vol snoertjes en stekkers, met gitaren, standaards en tassen terug naar de oever van de Moldau. In de bus deelt Truus de flesjes Becherovka uit, die we als bedankje van het koor gekregen hebben. Ik denk dat ik mijn flesje thuis aan iemand ga geven die zo’n stevig drankje wel weet te waarderen.

Op stap met Michaela

Michaela neemt ons deze zaterdagochtend mee voor een stadswandeling. Ze laat ons eerst de wijk Vyšehrad zien. We wandelen langs een amfitheater, hebben een – ondanks de hardnekkige mist – magnifiek uitzicht over de stad, gaan naar de erebegraafplaats waar beroemde Tsjechen als de componist Smetana begraven zijn en drinken koffie op een terras.
Vervolgens gaan we met de metro naar het centrum, waar Mila, de dirigent van het Praagse koor, zich bij ons voegt. Ze gaat ons voor in de richting van Staroměstské náměstí, het Oudestadsplein. Onderweg blijft ze dikwijls staan, waarna ze in rap Tsjechisch iets vertelt over een gevel, een beeld of een toren. Wanneer zij zwijgt, vertaalt Michaela wat Mila net verteld heeft. Het is bijna een uur en wij zoeken een plekje onder de toren met het astronomische uurwerk, om het schouwspel dat zich daar zo meteen gaat afspelen te kunnen bekijken. Dat is sneller voorbij dan we hadden gedacht, zodat we al gauw weer verder slenteren.

Varkensknieën en Tsjechisch bier

Rond half twee is het tijd voor de lunch. Michaela en Mila nemen ons mee naar een restaurant dat ze speciaal voor ons hebben afgehuurd. De menukaart is uitgebreid en al snel heeft iedereen iets van zijn gading gevonden en besteld. Zodra iedereen voorzien is van een drankje (Tsjechisch bier, hier en daar een wijntje of fris) heffen we het glas. Niet veel later brengt de bediening borden met salades, hamburgers en goulash. Linda en Mireille krijgen echter geen bord, maar een houten plank met twee metalen uitsteeksels en ertussen een gigantische vleesklomp. ‘Varkensknie,’ zegt Linda, die bij mij aan tafel zit. ‘Ben benieuwd of je dat allemaal op gaat krijgen,’ gniffel ik. Ze komt een heel eind, maar helemaal op gaat haar knie niet.

Art Nouveau en beroete beelden

Na de lunch nemen we afscheid van Michaela en Mila en splitsen we ons op in kleine groepjes. Ik loop met dat van mij voorbij het Obecní Dům (het Representatiehuis, een groot, in Art Nouveau-stijl gebouwd cultureel centrum met een concertzaal). Hans wil er graag even binnenkijken. We boffen dat wij de ‘hoffotograaf’ bij ons hebben: er is hier veel moois vast te leggen.
Op ons gemak slenteren we vervolgens door de stad. De wereldberoemde Karlův most (Karelsbrug) is ons volgende doel. Twee mannen in matrozenpak klampen ons aan: hebben we zin in een rondvaart? Nee, schudden we en zelfs hun in gebrekkig Nederlands uitgesproken: ‘Gratis stroopwafels,’ kan ons niet aan boord krijgen.
Op de brug staan dertig standbeelden. De meeste zijn replica’s van de rond 1700 gemaakte originelen. Wat de oorspronkelijke kleur van deze beelden moet zijn geweest, laat zich slechts raden. Het merendeel is zwart uitgeslagen. Patrick doet nog een poging om er eentje met een beetje spuug schoon te maken. Dat mislukt natuurlijk.

Het lopen beu

Het is druk op de brug. Toeristen verdringen zich rondom de her en der opgestelde muzikanten, de stalletjes waar sieraden, schilderijen en glaswerk verkocht worden en langs de relingen om van het uitzicht te genieten. Aan het eind van de Karelsbrug keren we om en lopen we terug, van plan om de Joodse wijk te gaan bezoeken. ‘Het is zaterdag, sabbat, en alles is dicht,’ zegt Jolanda die net met een groepje terug is uit die wijk. Wij kijken elkaar aan: wat te doen? Ik ben het lopen eigenlijk wel een beetje beu en ben dan ook blij dat mijn kamergenootje Jeannette voorstelt om ergens wat te gaan drinken en dan per metro terug te gaan naar het hotel. Het is minder zonnig dan gisteren, maar warm genoeg om op een terras te gaan zitten.
Na deze welkome terraspauze brengt de metro ons in een kwartiertje terug naar hotel Globus. Omdat we zo uitgebreid en laat geluncht hebben, heeft niemand meer zin in een diner. Bij een piepklein buurtwinkeltje halen we wat broodjes en fruit. Met onze etenswaren gaan we op de bankjes buiten zitten, naast de  ingang van het hotel. Pas als het donker en frisser wordt, gaan we naar binnen voor de afscheidsborrel in de bar.

Het regende zonnestralen

Zondagochtend, zes uur. Voor de allerlaatste keer rijden we door Praag. De afgelopen dagen is het prachtig weer voor een citytrip geweest, maar nu we een van de bruggen over de Moldau passeren, begint het te regenen. Ik voel hoe mijn ogen dichtvallen; de indrukken, de vele wandelkilometers en uitvoerige gesprekken, het vroege opstaan van vanochtend en het optreden van eergisteren beginnen hun tol te eisen. Maar de vermoeidheid neem ik op de koop toe. En de lange busrit, terug naar huis, eveneens. Ik heb intens genoten van deze reis en van de saamhorigheid binnen de groep. Het heeft voor mijn gevoel vier dagen lang zonnestralen geregend en ik had deze reis dan ook voor geen goud willen missen.

 

Tekst: Christien Romp
Foto’s: Fred de Jong

 

1 Reactie

You must be logged in to post a comment.

Top